Copyright
2007 PCM Uitgevers B.V.
All Rights Reserved
de Volkskrant
October 13, 2007
SECTION:
HART EN ZIEL; Blz. 1
LENGTH:
1655 woorden
HEADLINE:
Musicofiel
BYLINE:
Pay-Uun Hiu
BODY:
SAMENVATTING:
Wat doet muziek in onze hersenen? De neuroloog Oliver Sacks onderzocht de
muzikale werkingskracht. 'Muziek werkt niet op commando. Ze sluipt naar
binnen.' Door Pay-Uun Hiu
VOLLEDIGE TEKST:
'De achterdeur. Ja! Dat is ook zo.' Oliver Sacks veert overeind. Niet omdat
de vermaarde neuroloog in een vlaag van verstrooidheid de achterdeur van
zijn NewYorkse appartement zou hebben laten openstaan (mocht er überhaupt
een zijn), maar omdat het woord achterdeur hem aan iets herinnert. 'Dat
citaat van William James dat ik gisteren in mijn lezing voorlas, gaat in
feite ook over een achterdeur.'
De werkruimte van Sacks biedt dezer dagen een wat rommelige aanblik, met
overal stapels exemplaren van zijn nieuwste boek Musicophilia waarin hij op
zoek gaat naar de werking van muziek in de menselijke geest. Maar Sacks pakt
trefzeker James' The Principles of Psychology uit de kast, het handboek van
één van de aartsvaders van de psychologie. 'U vindt het citaat op pagina 672
in deel 2', zegt hij zonder een spoor van de afwezigheid die hem soms even
overvalt. 'Kunt u me misschien even mijn andere bril aangeven?'
Een dag eerder is hij een van de sprekers in het jaarlijkse festival van het
Amerikaanse magazine The New Yorker. Daar uit hij zijn verbazing dat
Williams muzikaliteit alleen maar terloops noemt als een overbodige
aberratie die geen enkel 'zoölogisch nut' heeft.
Muziek is zeker geen plotselinge en nieuwe bevlieging van Sacks. 'Ik kom uit
een muzikale familie', vertelt hij. 'Mijn vroegste herinneringen zijn
verbonden met muziek. Bach stroomde mijn oren in. Ik vond het prachtig en
het scheurde me in tweeën omdat het zowel een cognitieve als emotionele
ervaring was. Maar dat is nu eenmaal kenmerkend voor muziek.'
Sacks' neurologische interesse voor muziek werd vooral gewekt door een
aantal ingrijpende ervaringen die hij zelf onderging. De belangrijkste
daarvan heeft hij beschreven in Een been om op te staan, een verslag van
zijn ongeluk in 1974 in de Noorse bergen waarbij hij een pees in zijn
linkerbeen scheurde.
Hij was alleen, mobiele telefoons bestonden nog niet. Op de maat van het
Lied van de Wolgaslepers en andere mars- en roeiachtige liederen sleepte hij
zich naar de bewoonde wereld. Daar werd hij professioneel geholpen en
geopereerd, maar hij voelde zijn eigen been niet meer waardoor hij niet kon
lopen. Pas toen hij in zijn hoofd de muziek van Mendelssohns Vioolconcert,
een cassette die hij voortdurend in zijn ziekenhuiskamer beluisterde, begon
het been als vanzelf weer te bewegen.
'Waarom in 's hemelsnaam dat vioolconcert van Mendelssohn?', zou een
musicoloog zich misschien afvragen. 'Moet die man meteen gaan dansen met al
die triolen aan het begin van het eerste deel? En zou het ook werken met het
concert van Brahms, met die steile klauterpartijen voor de viool?' Maar
Sacks is een neuroloog en hij vroeg zich niet af of het een driekwarts- of
een vierkwartsmaat was die zijn been weer in beweging zette. Hij wilde weten
wat er in zijn hersenen gebeurde. Waarom zijn hersenen zijn been waren
vergeten, wat er in welk deel van zijn hersenen opeens de signalen weer
doorgaf en wat de neurologische basis was voor de muzikale werkingskracht.
'Ik ben niet erg muzikaal. Ik speel een beetje piano, maar ik weet er weinig
van. Ik zal waarschijnlijk ook een slechte smaak hebben', erkent hij met een
innemende lach. Zo dacht hij er verder ook niet over na wát hem nu zo
aangreep in de muziek van de Tsjechische componist Zelenka - die hij bij
toeval hoorde - dat de tranen die na het overlijden van zijn tante aldoor
hadden vastgezeten, opeens begonnen te stromen. En een vriend van hem moest
hem vertellen dat de melodie die op een goed moment zo obsessief in zijn
hoofd zat uit Mahlers Kindertotenlieder kwam en dat dat samenhing met het
ontslag dat hij had genomen bij de kinderafdeling van het ziekenhuis waar
hij werkte. 'Ik hou niet eens van Mahler', zegt Sacks. 'Hij is mij te
neurotisch. Net als Wagner.'
Wat hem meer en meer intrigeerde, zijn de overweldigende kracht van muziek
en van muziektherapie. En niet alleen door zijn eigen ervaringen. Gaandeweg
bouwde hij een steeds groter reservoir op van patiënten die ofwel
geconfronteerd werden met hoogst curieuze muzikale aandoeningen, ofwel op
een opmerkelijke manier baat vonden bij muziek, zoals de 'slaapzieken' met
parkinsonachtige verschijnselen aan wie Sacks zijn boek Awakenings wijdde.
'Ik had er al in grote lijnen over geschreven, maar wat echt de aanleiding
vormde voor Musicophilia is de explosie van neurologische studies in relatie
tot muziek.'
Het is een indrukwekkende verzameling geworden. Al langer bekend - maar
nooit bewezen - zijn de therapeutische werking van Davids harp op koning
Saul en de destructieve invloed van de gezangen bij de muren van Jericho.
Minstens even miraculeus is de plotselinge muzikaliteit van Tony Cicoria,
een orthopedisch-chirurg die nooit veel om muziek gaf, maar (letterlijk)
door de bliksem getroffen een onstilbaar verlangen heeft naar pianomuziek en
op latere leeftijd nog meer dan behoorlijk leert spelen en componeren. Dit
geval van 'musicofilie' is door Sacks nauwkeurig en gedetailleerd beschreven
en onderzocht.
Dat geldt ook voor de andere hoogst opmerkelijke patiënten die Sacks onder
zijn hoede neemt: Dwight Mamlok die wordt geplaagd door muzikale
hallucinaties - muziek die onophoudelijk, onvermijdelijk en obsessief in
zijn hoofd blijft doorspelen. En dan ook nog eens muziek waar hij helemaal
niet van houdt. Silvia N. die epileptische aanvallen krijgt van Napolitaanse
liederen. D.L. een dame van in de 70 die uit een muzikale familie komt, maar
zelf niet in staat is muziek waar te nemen. 'Ze was gisteren ook bij de
lezing', zegt Sacks terloops. 'Ze kwam na afloop naar me toe en zei dat ze
er tamelijk droevig van was geworden omdat iedereen alleen over het plezier
in muziek sprak en zij dat nooit had gekend.'
Voor deze patiënten is muziek eerder een vloek dan een zegen. Bij mensen met
Parkinson of Gilles de la Tourette kan de ritmiek van de muziek een
activerende en regulerende werking hebben op hun motoriek.
Maar er is ook muziek die een route naar andere delen van de hersenen volgt.
Dat is muziek die zich, vaak onverhoeds, regelrecht in het hart boort. Het
Miserere van Gregorio Allegri bijvoorbeeld, of Dido's Lament van Purcell. Of
het is muziek die zachtjes het geheugen binnenglijdt en herinneringen opwekt
die zich op geen enkele andere manier meer laten wakker kussen. Muziek die
direct spreekt in een taal die geen aanspraak maakt op rationele gedachten
en verstandelijk geformuleerde begrippen. Die een brug slaat naar menselijk
leven dat van de wereld is afgesloten, zoals dat van Harry S. die na een
hersenbloeding niet meer in staat was gevoelens aan gebeurtenissen te
koppelen. Behalve wanneer hij zong. En dat van musicoloog Clive Wearing die
door een herseninfectie zijn geheugen kwijtraakte. Maar hij kon nog noten
lezen, pianospelen en zingen - samen met zijn vrouw, voor wie hij nog wel
liefde kon voelen en die ook aldoor bij hem bleef. Zij schreef: 'Ineens
hadden we een plek om samen te zijn, waar we onze eigen wereld weg van de
afdeling konden scheppen.'
Bij het waarnemen, voorstellen en de emotionele respons op muziek worden
heel veel hersengebieden gebruikt, aldus Sacks. Ook delen die tot de
primitievere hersenen worden gerekend, zoals de basale ganglia en het
cerebellum. Het is vaak zo dat bij ziekten die de hersenen aantasten, zoals
Alzheimer, die gedeelten het langst in tact blijven. Zou het mogelijk zijn,
vraag je je af bij het lezen van die verhalen, die manier van communiceren
te systematiseren en kan muziek daarbij een hulpmiddel zijn? Kun je via
muziek contact leggen?
Sacks aarzelt. 'Ja', zegt hij dan. 'Hoewel het wel de vraag is wát je dan
precies communiceert. Je kunt geen dingen bespreken, daar heeft muziek de
kracht niet voor, maar je kunt zeker contact hebben, stemmingen oproepen en
delen en misschien kun je zelfs zoiets communiceren als hoop, vreugde,
verdriet en troost.' Bovendien is dat dan heel individueel. Iedereen maakt
een eigen persoonlijke muziekkast met stukken waarvan hij houdt en in
relatie tot bepaalde gebeurtenissen een betekenis hebben. Daarbij: zelfs
luisteren naar muziek is zo'n individuele bezigheid dat er bij geen twee
mensen die naar hetzelfde stuk luisteren exact dezelfde hersennetwerken
worden geactiveerd. 'Dus individualiteit is al ingebouwd in de neurologische
respons op muziek.'
En er is nog iets. 'Muziek is geen medicijn', parafraseert hij de Engelse
schrijver E.M. Forster. 'Er is geen garantie dat ze bij inname werkt.'
Muziek heeft zoiets als een eigen wil. Sacks ondervond het zelf toen hij
naar een concert ging met Schuberts Winterreise door bariton Dietrich
Fischer-Dieskau in de vaste veronderstelling dat hiermee zijn emoties zouden
loskomen. Er gebeurde niets. Hij dacht dat Fischer-Dieskau over zijn top
heen was, maar las de volgende dag in de recensies dat de zanger nog nooit
zo goed was geweest. 'Ik was het die weer levenloos, ingekapseld en bevroren
was geworden - ditmaal zo bevroren dat zelfs Schubert niet tot me wist door
te dringen', schrijft hij in zijn boek. 'Muziek werkt niet op commando. Je
moet er klaar voor zijn om haar te ontvangen en de muziek moet zich ook
willen geven.'
Het klopt, knikt hij. 'Een groot deel van het effect van muziek gaat buiten
het bewustzijn om. Ze sluipt naar binnen, net als de madeleines van Proust',
zegt hij terwijl hij naar de madeleine-cakejes wijst die de koffieketen
Starbucks in zakjes van drie verkoopt; het cakeje dat in Prousts roman
onmiddellijk een flashback veroorzaakt.
Inderdaad, de achterdeur. Als de voordeur van het bewustzijn niet meer
opengaat, biedt muziek een weggetje achterom. Maar je weet nooit precies
waar je binnenkomt. Dat is het lastige. Er is zo veel wat we niet weten.
'Wat is de aard van ontvankelijkheid. Van openheid?', vraagt Sacks. 'Muziek
is een gift. Maar wel een zeer complexe.'
NOTES:
Oliver Sacks: Musicophilia. Tales of Music and the Brain.
Knopf, 2007.
Leverbaar vanaf 16 oktober. De Nederlandse vertaling verschijnt 24 oktober
bij Meulenhoff.